Vertellen dat je hoogbegaafd bent kan best spannend zijn. Niet omdat hoogbegaafdheid iets is om je voor te schamen, maar omdat je nooit precies weet hoe anderen erop reageren. Sommige mensen zijn nieuwsgierig. Sommige mensen herkennen ineens van alles. En sommige mensen schieten meteen in vooroordelen: denk je dan dat je beter bent? Moet je dan niet overal goed in zijn? Is dat niet een beetje arrogant om over jezelf te zeggen?
Juist daarom is de vraag interessant: is het verstandig om te vertellen dat je hoogbegaafd bent? En als je dat wilt doen, tegen wie zeg je het dan wel of niet? Hoe breng je het ter sprake? En hoe ga je om met reacties die misschien niet meteen begripvol zijn?
Eerst zelf erkennen
Voordat je anderen kunt vertellen dat je hoogbegaafd bent, is het belangrijk dat je het eerst voor jezelf kunt erkennen. Niet op een krampachtige manier, alsof je jezelf moet bewijzen, maar wel stevig genoeg om niet meteen omver te vallen zodra iemand een kritische vraag stelt.
Veel hoogbegaafden hebben eerst zelf een hele weg af te leggen. Misschien had je zelf ook allerlei vooroordelen over hoogbegaafdheid. Misschien dacht je dat hoogbegaafde mensen overal goed in moesten zijn. Of dat je pas hoogbegaafd mocht zijn als je altijd hoge cijfers haalde, nooit vastliep, nooit onzeker was en nooit moeite had met gewone dingen.
Maar zo werkt het niet. Hoogbegaafdheid gaat niet alleen over slim zijn. Het gaat ook over intensiteit, gevoeligheid, complex denken, snel verbanden leggen, behoefte aan autonomie, moeite met routine, frustratie bij traagheid of oppervlakkigheid, en soms juist vastlopen in situaties die voor anderen eenvoudig lijken.
Als je dat voor jezelf begint te begrijpen, kun je er vaak ook rustiger over vertellen. Dan hoef je het niet te verdedigen alsof je in een rechtbank staat. Je kunt gewoon zeggen: dit is iets wat mij helpt om mezelf beter te begrijpen.
De angst voor vooroordelen
Een van de grootste redenen om niet te vertellen dat je hoogbegaafd bent, is de angst voor stigma. En die angst is niet vreemd. Hoogbegaafdheid roept bij veel mensen iets op. Soms bewondering, maar net zo vaak ongemak.
Het woord “hoog” in hoogbegaafdheid helpt daar niet altijd bij. Het kan klinken alsof je jezelf boven anderen plaatst. Alsof je zegt: ik ben hoger, slimmer, beter. Terwijl dat meestal helemaal niet is wat iemand bedoelt.
Vaak wil iemand juist uitleggen waarom bepaalde dingen anders werken. Waarom je zo snel verveeld raakt. Waarom je intens reageert. Waarom je soms moeite hebt met eenvoudige routines, terwijl je complexe problemen juist met gemak overziet. Waarom je veel autonomie nodig hebt. Waarom je je soms vreemd voelt in groepen, terwijl je tegelijk veel behoefte kunt hebben aan echte verbinding.
Als je zelf ooit ook die vooroordelen had, kan dat gek genoeg helpen. Dan weet je waar de ander vandaan komt. Dan hoef je niet meteen boos te worden als iemand sceptisch reageert. Je kunt denken: ja, ik snap dat dit beeld bestaat. Ik heb zelf ook moeten leren dat hoogbegaafdheid veel minder simpel is dan ik dacht.
Tegen wie vertel je het?
Je hoeft niet aan iedereen te vertellen dat je hoogbegaafd bent. Het is geen openbare mededeling die je verplicht aan de hele wereld moet doen. De belangrijkste vraag is: waarom wil je het delen?
Bij mensen die dichtbij je staan, kan vertellen dat je hoogbegaafd bent waardevol zijn omdat het helpt om jou beter te begrijpen. Voor een partner, goede vriend of familielid kan hoogbegaafdheid een puzzelstukje zijn. Ineens worden bepaalde eigenschappen misschien logischer. Je behoefte aan diepgang. Je allergie voor onnodige regels. Je snelle denken. Je gevoeligheid voor sfeer. Je intense reacties op dingen die voor anderen klein lijken.
In familie kan het ook nog op een andere manier betekenisvol zijn. Hoogbegaafdheid heeft vaak een erfelijke component. Als jij jezelf beter leert begrijpen, kan dat bij anderen ook iets in beweging zetten. Misschien herkent een ouder, broer, zus, tante of neef ineens ook iets van zichzelf. Dat kan confronterend zijn, maar ook bevrijdend.
Op werk of school ligt het ingewikkelder, maar kan het juist heel relevant zijn. Hoogbegaafdheid kan namelijk veel invloed hebben op hoe je functioneert. Bijvoorbeeld op je behoefte aan uitdaging, autonomie, betekenisvol werk, tempo, afwisseling en ruimte om mee te denken. Als je vastloopt op werk, kan het helpend zijn om dit bespreekbaar te maken. Niet als label om achter te schuilen, maar als ingang om beter te begrijpen wat je nodig hebt om goed te functioneren.
En soms is ervoor uitkomen dat je hoogbegaafd bent ook een professionele keuze. Als je schrijft, coacht, onderzoek doet of een community bouwt rondom hoogbegaafdheid, dan kun je er bijna niet omheen. Dan wordt het onderdeel van je positie. Niet omdat je jezelf op een voetstuk zet, maar omdat je vanuit ervaring, kennis en betrokkenheid iets wilt bijdragen.
Hoe breng je het ter sprake?
De manier waarop je vertelt dat je hoogbegaafd bent, maakt veel uit. Niet omdat je verantwoordelijk bent voor alle reacties van anderen, maar wel omdat je de kans op begrip kunt vergroten.
Wat vaak helpt, is om niet te beginnen met het label als eindpunt, maar met wat het verklaart. Bijvoorbeeld:
“Ik ben de laatste tijd veel aan het lezen over hoogbegaafdheid, en ik herken daar veel in. Niet alleen in slim zijn, maar vooral in hoe mijn hoofd werkt, mijn behoefte aan autonomie en mijn moeite met routine.”
Of:
“Ik heb ontdekt dat hoogbegaafdheid bij mij veel verklaart. Het gaat niet om overal goed in zijn, maar om een bepaald profiel. Sommige dingen gaan heel snel en vanzelf, andere dingen kosten juist opvallend veel moeite.”
Zo maak je het concreet. Je zegt niet alleen: “Ik ben hoogbegaafd.” Je laat zien wat dat in jouw leven betekent.
Kwetsbaarheid helpt
Veel weerstand tegen hoogbegaafdheid komt voort uit onzekerheid of onwetendheid. Mensen kunnen zich afvragen: bedoel je dat jij slimmer bent dan ik? Kijk je op mij neer? Vind je mij traag? Moet ik me nu met jou vergelijken?
Daarom kan kwetsbaarheid helpen. Niet door jezelf kleiner te maken, maar door te laten zien dat hoogbegaafdheid niet betekent dat alles makkelijk gaat.
Je kunt bijvoorbeeld zeggen dat je juist met het onderwerp bezig bent omdat je tegen dingen aanloopt. Omdat je jezelf beter wilt begrijpen. Omdat je merkt dat je sommige dingen anders nodig hebt. Omdat je soms vastloopt op routine, prikkels, verveling, perfectionisme, faalangst of het gevoel nergens echt te passen.
Dat maakt het gesprek menselijker. Dan gaat het niet over status, maar over zelfkennis.
Maar maak jezelf niet kleiner
Kwetsbaarheid tonen betekent niet dat je je talenten moet wegpoetsen. Dat is een valkuil waar veel hoogbegaafden in terechtkomen. Uit angst om arrogant gevonden te worden, vertellen ze vooral waar ze moeite mee hebben. Alsof ze hun hoogbegaafdheid eerst moeten compenseren met een rijtje zwaktes. Maar dat hoeft niet.
Je mag ook vertellen wat er wél sterk is. Waar je snel in bent. Waar je scherpte zit. Hoe je verbanden legt. Waar je creativiteit, analytisch vermogen, intensiteit of complexiteitsliefde tot uiting komt. Niet opschepperig, maar gewoon eerlijk.
Het doel is niet om jezelf groter te maken dan anderen. Het doel is om jezelf niet kleiner te maken dan je bent.
Niet iedereen zal goed reageren
Zelfs als je het zorgvuldig brengt, kun je niet bepalen hoe anderen reageren. Sommige mensen zullen geïnteresseerd zijn. Sommige mensen zullen vragen stellen. Sommige mensen zullen ineens dingen beter begrijpen. Maar er zullen ook mensen zijn die lacherig, sceptisch of ongemakkelijk reageren.
Dat zegt niet altijd iets over jou. Soms raakt het aan hun eigen onzekerheid, hun beeld van intelligentie, hun ervaringen met school, status of vergelijking. Hoogbegaafdheid is nu eenmaal een woord dat iets kan oproepen.
Daarom is het goed om vooraf te beseffen: ik vertel dit niet om goedkeuring te krijgen. Ik vertel dit omdat het waar is voor mij, omdat het iets verklaart, of omdat het relevant is in deze relatie of situatie.
Een coming out?
Soms voelt vertellen dat je hoogbegaafd bent een beetje als een coming out. Niet omdat hoogbegaafdheid hetzelfde is als andere vormen van uit de kast komen, maar wel omdat je iets laat zien wat eerder verborgen was. Iets wat invloed heeft op hoe je jezelf begrijpt, hoe je relaties beleeft en hoe je je plek inneemt in de wereld.
Zo’n coming out hoeft niet groots of dramatisch te zijn. Het kan ook rustig. In kleine stapjes. Eerst tegen iemand die je vertrouwt. Daarna misschien op je werk. Of juist in een blog, een gesprek, een community of een professionele context.
Het belangrijkste is dat je zelf bepaalt aan wie je het vertelt, wanneer je het vertelt en waarom je het vertelt.
Dus: wel of niet vertellen?
Of je moet vertellen dat je hoogbegaafd bent, hangt af van de situatie. Je hoeft het niet overal te zeggen. Je hoeft het niet aan iedereen uit te leggen. En je hoeft jezelf niet te bewijzen aan mensen die vooral bezig zijn met hun eigen oordeel.
Maar als hoogbegaafdheid voor jou een belangrijk puzzelstuk is, dan mag je daar wel voor uitkomen. Zeker bij mensen die dichtbij je staan, op plekken waar je wilt functioneren, of in contexten waarin je iets wilt bijdragen aan meer begrip.
Misschien is dat uiteindelijk de kern: vertellen dat je hoogbegaafd bent hoeft geen bekentenis te zijn. Het hoeft ook geen grootse aankondiging te zijn. Het kan gewoon een manier zijn om eerlijker te worden over wie je bent, hoe je werkt, wat je nodig hebt en wat je te brengen hebt.
Meepraten over dit onderwerp?
Meld je aan op onze HB-community


Geef een reactie